ADHD

ADHD bij volwassenen
Het resultaat van neurofeedback is dat je thuis en op je werk alerter en rustiger bent. Bij volwassenen is sprake van ADHD wanneer ze concentratieproblemen hebben en impulsief en hyperactief gedrag vertonen. Hoewel de klachten het meest worden gezien bij kinderen, is bekend dat symptomen als een gebrekkig concentratievermogen, impulsiviteit en overactiviteit voortduren tot en met de volwassen leeftijd.

Resultaten ADHD met neurofeedback
Het resultaat van een neurofeedbacktraject is vaak dat je alerter en (innerlijk en uiterlijk) rustiger wordt. Ik hoor van mensen een verhoogde concentratie en een beter geheugen. Ze ervaren in de praktijk (werk en privé) een betere motivatie en een beter slaappatroon. Daarnaast  hebben ze aanzienlijk minder last van angsten, minder agressiviteit en impulsief gedrag. Naarmate de symptomen verbeteren, heb je als persoon ook een positiever zelfbeeld en meer zelfvertrouwen.

ADHD zonder het te weten
Er worden relatief weinig volwassenen voor ADHD gediagnosticeerd of behandeld. Deze mensen kijken vaak verbitterd terug op een leven vol mislukkingen, niet uitgekomen dromen en emotionele pijn. Van de kinderen die met ADHD zijn gediagnosticeerd tijdens of voor hun basisschooltijd, heeft ongeveer tweederde tijdens de adolescentie nog gedragsproblemen. Tijdens deze periode manifesteren zich ook met ADHD samenhangende gedrags-, leer- en emotionele problemen.

ADHD en Vermoeidheid
Ongeveer de helft tot een derde van deze adolescenten vertoont ook als volwassene nog symptomen van ADHD en vermoeidheid. Ook heeft ongeveer driekwart van de volwassen ADHD’ers heeft last van vermoeidheid, zij hebben het gevoel dat alles wat ze doen hen meer moeite en energie kost. Dit kan nog eens verergerd worden doordat 30% van de patiënten last heeft van slaapproblemen: ze gaan laat naar bed, hebben veel moeite met inslapen, slapen bewegelijk en onrustig, zijn na een nacht slapen niet uitgerust, en stapelen dus slaapschuld op.

Mensen met ADHD kunnen veel baat hebben bij neurofeedback. De stoornis is niet te genezen, maar je kunt er wel mee leren leven. Passend werk, een georganiseerde partner of minder specifieke eisen aan ‘de kwaliteit van het leven’ kunnen veel rust geven.